23. In hun eentje

Rudi denkt aan Rikki, de hond die decennia geleden bij zijn grootouders aan de ketting hing. Rikki’s haren waren zo lang dat niemand ooit zijn ogen zag. Wanneer hij je rook, blafte Rikki zo wild dat je weg moest springen van de modderspatten. Daar hadden Rudi en zijn broers vroeger om gelachen.

Rikki had geen vrienden. Voor hem was iedereen bang. Zijn voer werd vanop afstand naar hem geworpen. Waken deed hij wel.

De tijden zijn veranderd, denkt Rudi.

Hij denkt aan de honden die in een mand bij zijn stoof hadden gelegen. Duitse Herders vooral. De prijsbekers op zijn schouw.

Rudi denkt aan de goede tijden die hij met zijn maten op de hondenschool heeft beleefd. Het gerinkel van de slipkettingen op de achtergrond. Hij denkt aan de vele honden wiens ogen dof waren geworden in deze kennels. Mechelaars vooral. En Staffords.

Al wat Rudi ooit had geweten, was dat je zo’n hond moest trainen. Je moet ze tonen wie de baas is. Wie niet luisteren wil, moet voelen.

Waarom sterven er dan zoveel in hun eentje in een asiel, denkt hij nu. Die moeten toch van ergens komen? Lang niet allemaal van goedgelovigen die de honden als kinderen behandelen. Hij had de mensen gezien die afstand van hen deden. Dat waren vaak gewoon hondenbazen. Die geen tijd meer hadden. Geen geld. Plots allergisch bleken. Een kind kregen. Gebeten werden.

Rudi sluit zijn handen rond de tralies van Nellie’s kennel, wier oogleden beginnen te bewegen.

Hier was een jongen, een snotaap, die dingen had gedaan met Nellie die hem niet waren gelukt, op een manier waarmee iedereen lachte.

De tijden veranderen, denkt Rudi.

Hij keert zich om en belt enkele vrijwilligers van het asiel. De ene zonder tanden, de andere nog mauve van gisteravond. Terwijl de wereld oordeelt en de honden wachten, beginnen de mannen te bouwen.

Lees morgen hier deel 24 van Nellie, de hond die niet wist hoe hond te zijn. Krijg iedere dag een hoofdstukje van dit verhaal in je mailbox, door onderaan de home-pagina je email-adres in te vullen. Tot morgen.

22. Nellie is nog maar vier

Nellie voelt zich slap worden, en vecht ertegen. Haar muren worden wazig, de geluiden gedempt. Ze wil lopen, maar haar poten zakken neer.

Voor de derde keer houdt Rudi haar muil dicht, zodat de man met de vele geuren haar kan prikken. Nellie’s poten bewegen, maar haar lijf blijft liggen.

Rudi leunt tegen haar muur en laat zich zakken. Hij legt zijn hand op Nellie’s wang. Ze heft haar muil en grijpt zijn pols. Niet hard. Ze houdt hem louter vast terwijl haar ogen dof worden.

Haar ademhaling wordt diep.

Heel diep.

De dierenarts nadert en knikt naar Rudi. In zijn hand zit de finale spuit.

Rudi haalt zijn pols uit Nellie’s muil en glijdt met zijn vinger van haar snuit over haar neus, tussen haar ogen en over haar hoofd tot het zachtste deel achter haar oren.

Nellie is nog maar vier.

‘Stop’, zegt Rudi.

Lees morgen hier deel 23 van Nellie, de hond die niet wist hoe hond te zijn. Krijg iedere dag een hoofdstukje van dit verhaal in je mailbox, door onderaan de home-pagina je email-adres in te vullen. Tot morgen.

21. Robert komt niet

Op het uur dat de kerktoren de schemer inluidt, gaat Nellie rechtop zitten.

Robert komt niet.

Haar drol blijft liggen en haar maag rammelt.

‘s Ochtends blaft ze op het geluid van de tuinpoort die opengaat. Ze ruikt Rudi voordat ze hem ziet.

Samen met Robert stapt hij naar Nellie die hoog blaft en cirkels loopt. Robert ruikt naar pijn. Rond zijn arm zit een windel, en zijn gezicht ruikt zout.

De mannen praten. Hun ogen kijken triest. Rudi glimlacht naar Nellie en komt bij haar. Ze snuffelt aan zijn broekzak en haalt er een koekje uit.

Terwijl Nellie met Rudi door de tuinpoort stapt, slentert Robert naar binnen. De honden met de dunne poten in zijn kielzog.

Lees morgen hier deel 22 van Nellie, de hond die niet wist hoe hond te zijn. Krijg iedere dag een hoofdstukje van dit verhaal in je mailbox, door onderaan de home-pagina je email-adres in te vullen. Tot morgen.

20. Prijsbeker

De lucht is altijd fel zonder tralies. De ruisende bomen plots heel dichtbij. De wind heeft zoveel te vertellen, dat Nellie nauwelijks kan volgen wat hij zegt. Maar Robert stapt door en Nellie kan alleen volgen. Ze weet waarheen.

De schemer slaat in, dus de nachtdieren laten hun eerste sporen na. In het gras en in de lucht. Nellie kan ze niet volgen. Ze hangt aan een lijn met Robert aan de andere kant. De nachtdieren interesseren hem niet.

Robert stapt naar het terrein met de bijtmouw onder zijn arm. Nellie volgt.

Iedere hond die blaft, heeft iets dringends te zeggen. Tegelijk. Zoveel als de wind hebben ze te vertellen, dat ze nauwelijks nog kunnen luisteren. Sommige honden zeggen niets en ruiken zoals Fee vroeger rook. Anderen kijken kalm naar iets voorbij het oefenveld.

Nellie weet het niet, maar in de kantine die ruikt naar mensen en koffie, staan prijsbekers. Op één daarvan, blinkt haar naam.

Lees morgen hier deel 21 van Nellie, de hond die niet wist hoe hond te zijn. Krijg iedere dag een hoofdstukje van dit verhaal in je mailbox, door onderaan de home-pagina je email-adres in te vullen. Tot morgen.

19. Robert

Nellie rent in cirkels. Ze wisselt van richting en gaat wat vaker liggen. De pijn heeft zich traag aangekondigd en is zeurend gebleven.

Haar muren staan nu verder uit elkaar, en het voer ruikt lekkerder. Overdag tuurt Nellie naar de hondjes die hun dunne poten hoog optrekken in het gras. Ze snuffelen, plassen en verdwijnen telkens in het nest van Robert. Uit de deur komen geuren van de keuteldieren, verscholen in wolken van vreemde luchtjes.

In het begin had Nellie graag gelegen en geroken. Als een kind voor een televisiescherm. Maar nu kent Nellie ze. De rottende tand van één van de Chihuahua’s. De plakkerige handen van Roberts zoon. De smeltende boter op het vuur. De tabak bij het terras.

Iedere avond stapt Robert Nellie’s kennel binnen. Zijn grote handen die altijd naar olie ruiken, aaien haar schouders. Met de schep van gisteren ruimt hij Nellie’s drollen op, en met de waterslang wist hij haar geuren van de grond. Hij staat bij haar terwijl ze eet, en praat soms.

Lees morgen hier deel 20 van Nellie, de hond die niet wist hoe hond te zijn. Krijg iedere dag een hoofdstukje van dit verhaal in je mailbox, door onderaan de home-pagina je email-adres in te vullen. Tot morgen.

18. Wennen doet het niet

De dagen worden langer, de nachten milder, en Rudi vindt een thuis voor Nellie.

Hij kijkt toe hoe de man zich over het adoptiecontract buigt. Een kleine, brede man met aardige ogen. Een ervaren man met kennis van het ras. Een trainer op de hondenschool.

‘Ze is nog jong genoeg’, stelt hij Rudi gerust.

Nellie vertrekt aan de zijde van Robert. Hijgend en met trillende billen.

Rudi kijkt haar na tot ze in de wagen verdwijnt achter een verbleekte vtm-sticker. Dan leunt hij achteruit en veegt hij zijn oude ogen droog.

Wennen doet het niet.

Lees morgen hier deel 19 van Nellie, de hond die niet wist hoe hond te zijn. Krijg iedere dag een hoofdstukje van dit verhaal in je mailbox, door onderaan de home-pagina je email-adres in te vullen. Tot morgen.

17. Anders

Nellie verstaat Simons woorden niet, maar zijn boodschap wel. Hij zit op de grond van haar kennel en praat tegen haar terwijl ze naar de man loert die het rooster op haar kennel herstelt.

Pas als de man weg is, gaat Nellie zitten. Ze tuurt slaperig naar het donkerblauw tussen de tralies.

Simon zegt iets, en Nellie gaat liggen. Het is Simon nu die dichter komt en tegen haar aan gaat zitten.

Er is iets anders aan Nellie. Ze kijkt van hem weg. Misschien is ze moe.

Simon buigt zijn hoofd naar haar toe en drukt een zoen op het zachte stukje achter haar oor. Nellie knippert traag met haar ogen. Ze proeft naar zout.

Als Simon opstaat, blijft Nellie liggen. Ze weten allebei waarom.

Voordat zijn geur vervaagt, hoort ze hem nog praten met de man van alle dagen. Boos misschien. Opgewonden alleszins. De wind zit verkeerd om het te weten.

Nellie staat op en kruipt in een bolletje tegen de muur. Een beetje later, bewegen haar poten in haar slaap.

Lees morgen hier deel 18 van Nellie, de hond die niet wist hoe hond te zijn. Krijg iedere dag een hoofdstukje van dit verhaal in je mailbox, door onderaan de home-pagina je email-adres in te vullen. Tot morgen.

16. Alleen in de wind

Niemand heeft Nellie gezien. Weldra wordt het weer donker.

Simon stapt uit Rudi’s auto en gaat te voet verder. Turend in de verte en naar elke ritseling in de struiken, roept hij haar naam.

De bomen zijn geesten van zichzelf en de grond kraakt onder Simons voeten.

Nellie’s naam klinkt alleen in de wind.

Haar gouden vacht steekt af tegen het wit. Van ver ziet hij dat ze haar oren spitst.

Simon blijft staan en kijkt naar haar. Een kleine vlek in het grote wit. Hij haalt zijn handen uit zijn zakken en legt ze over zijn ogen. Zijn hart krimpt in elkaar.

Achter hem blijft Rudi staan.

‘Nellie’, zegt Simon nu met een gebroken stem. Nellie strekt haar hals en kijkt naar hen met haar spitse gezicht. Het landschap is zo stil dat Simon haar hoort piepen, voordat ze komt afgelopen.

Lees morgen hier deel 17 van Nellie, de hond die niet wist hoe hond te zijn. Krijg iedere dag een hoofdstukje van dit verhaal in je mailbox, door onderaan de home-pagina je email-adres in te vullen. Tot morgen.

15. Ontsnapt

‘Ik begrijp niet dat jullie zo’n hond in leven houden.’

Van bovenaan de trap hoort Simon zijn vader spreken.

‘Het is niet zo eenvoudig, meneer.’

Die stem kent hij. Simon doet zijn best om te luisteren, maar zijn hoofd is nog zwaar van de korte nacht.

‘Als ze onderweg iemand bijt, wiens verantwoordelijkheid is dat dan?’

Geschuifel.

‘Als we haar niet met Simon hadden gezien, hadden we haar al lang laten gaan.’

‘Het is verdomme een schande dat jullie zo’n jongen bij zo’n hond hebben gelaten!’

‘Meneer, met alle respect voor uw bekommernis, maar ge hebt hem er niet mee bezig gezien. Als we haar bij hem zagen, vonden we dat Nellie een kans had.’

Simon daalt de trap af en de mannen kijken naar hem om.

Zijn vader rolt met zijn ogen, Rudi van het asiel glimlacht verontschuldigend. ‘Ne kater?’ vraagt hij.

Simon werpt een blik op zijn vader en haalt zijn schouders op.

‘Nellie is ontsnapt. Waarschijnlijk gevlucht van het vuurwerk. We weten niet waar ze is en of iemand haar zal kunnen vangen.’

‘Waarom was ze alleen?’ Simon klinkt beschuldigender dan hij bedoelt. Zijn hoofd bonkt.

‘Omdat we met drie niet bij twintig honden, dertig katten, elf schapen en zeven ganzen kunnen zijn. En voor ons is ‘t ook nieuwjaar.’

Simon knikt en keert zich om.

‘Geef me een minuutje.’

Lees morgen hier deel 16 van Nellie, de hond die niet wist hoe hond te zijn. Krijg iedere dag een hoofdstukje van dit verhaal in je mailbox, door onderaan de home-pagina je email-adres in te vullen. Tot morgen.

14. Dingen die alleen honden ruiken

Nellie loopt.

Zijn geurspoor vervloog lang geleden, maar Nellie kent de volgorde nog.

Eerst de onvriendelijke walm van benzine. Dan de zware lucht van autogarages, geparfumeerd met mannenzweet. Als de lucht dunner wordt, draagt hij de sporen van gedroogd vlees. Daar voorbij is het huis met de kat, en daarna de kennels waarin twee teven in stilte wachten op niets. Daarachter ruilt Nellie het asfalt om voor grind dat knispert en aarde wordt.

Hier wordt het heel donker, zelfs met de brandende knallen achter haar.

Het keuteldier heeft hier gelopen. De krekels zijn niet thuis of doen alsof.  Dauw pletst tegen Nellie’s poten, en ruikt naar dingen die alleen honden ruiken.

Ergens wordt er gejuicht.

Ontploffingen weergalmen van overal tegelijk en omsluiten haar.

Nellie loopt. Zo hard ze kan.

Lees morgen hier deel 15 van Nellie, de hond die niet wist hoe hond te zijn. Krijg iedere dag een hoofdstukje van dit verhaal in je mailbox, door onderaan de home-pagina je email-adres in te vullen. Tot morgen.