Dankwoord

Door dertig dagen lang mee te leven met Nellie, hebben haar lezers zich opengesteld voor haar. Ze hebben mee gevoeld. Ze hebben aan haar gedacht. Ze hebben haar een naam gegeven, een gezicht, een identiteit.

Door dertig dagen lang mee te leven met Nellie, hebben jullie de echte Nellie een beetje tot leven gebracht. Zo ook hebben jullie alle Nellies een stem gegeven. Bij jullie, werd ze gehoord.

Mijn grootste dank gaat daarom uit naar de trouwe lezers die Nellie tot het einde volgden. Zonder jullie, was dit verhaal gewoon een blog.

Bedankt, Ayla Verschueren van Moob, voor het bezorgen van de ontroerende illustraties die Nellie tot leven riepen. Zonder jou was Nellie maar half geweest.

Bedankt, model Terra en haar mensenmaatje Nelleke Van Beylen, om al die trappen op te durven lopen naar de fotostudio om daar de mooiste Mechelaar-foto’s ooit te laten nemen voor dit project. Jullie zijn een voorbeeld voor vele Nellies en hun mensenmaatjes.

Bedankt, Stijn Wils Fotografie, om je dappere schoenen aan te trekken en een hond te fotograferen. You nailed it.

Natuurlijk bedank ik heel graag alle honden die op mijn pad kwamen met hun wijze levenslessen. Telkens wanneer ik me laat foppen door menselijke vooroordelen, kijk ik naar jullie. En telkens opnieuw zijn jullie daar met jullie geduld en openheid, en telkens opnieuw besluit ik om nog meer naar jullie te kijken en nog meer van jullie te leren.

Bedankt aan de persoon die decennia lang met haar twee voeten, twee handen, twee ogen, twee oren en groot hart tussen de asielhonden stond. Van jou leer ik zoveel meer dan van alle boeken, wetenschappelijke artikels, cursussen, lezingen en workshops samen. De meest waardevolle lessen schuilen in het leven zelf, en in de bescheidenheid om soms geen vragen te stellen, maar te aanvaarden. Je weet wel wie je bent.

Bedankt, David Pithie, om samen uren over Nellie te reflecteren. Mede dankzij jou ligt de focus nu op wat wél kan. Op hoop. Op reflectie. Op een betere toekomst. Ik zou niet weten waarheen in deze Vlaamse hondenwereld zonder jou.

Bedankt proeflezers Fleur Preckler, David Pithie en Stefanie Gilissen. Dankzij jullie opmerkingen is Nellie wat Nellie vandaag is.

Ik zou vandaag niet zijn wie ik ben en niet doen wat ik doe, ware het niet voor mijn wederhelft Scout. Waar je ook bent, popje, ik blijf je dankbaar zolang ik leef.

En tenslotte nog bedankt aan Dingo, die me een duwtje geeft om te zeggen dat ik lang genoeg voor mijn scherm zit, en dat het tijd is om te leven en te aanvaarden.

Bedankt, Welsie, om mijn ogen voor Mechelaars te openen.

Tenslotte wens ik jullie nog warme feestdagen toe,

Ineke Vander Aa,

Auteur van Dogsitief

Genoot jij van Nellie’s verhaal?

Steun onze vzw Together Alive, zodat we dit soort unieke sensibilisatie-campagnes kunnen blijven aanbieden.

€1 per lezer maakt voor de spaarpot van de dieren een dankbaar verschil.

Bedankt alvast,

Together Alive Team

BE60 0689 1058 2170

Nawoord

Alle honden uit ‘Nellie’ bestaan of bestonden echt.

Na een asielverblijf van twee jaren, werd de oude Blackie geadopteerd. Ik geloof graag dat hij nog steeds met zijn lederen oren voor de kachel ligt.  

Na zijn adoptie genoot Staf de Stafford nog een maand van een eigen thuis, voordat hij aan darmkanker bezweek.

Bejaarde Jack Russel Loeki, die op het asiel bekend stond omwille van zijn heuse temperament, bracht zijn pensioen door in een eigen mandje in een eigen thuis.

Fee werd geadopteerd, hopelijk door iemand met veel geduld.

Duitse Herder Benz werd enkele maanden geleden, na een asielverblijf van meer dan twee jaren, geadopteerd. Ik hoop dat hij het nog steeds goed maakt.

Billie, de zelfstandige Chow-mix, werd geadopteerd. Ook hij maakt het hopelijk nog steeds goed.

Kleine Mama werd geadopteerd door een aardige man. Ik zal nooit de namiddag vergeten waarop ze die stevige pups op de wereld toverde. Elk van haar kinderen vond een thuis.

De Mechelse Herder die me inspireerde tot het creëren van Nellie, eindigde haar verhaal na hoofdstuk tweeëntwintig. Zij sloot daar haar oogjes om ze nooit meer te openen.

Geweld was een te grote en terugkerende factor in haar leven geweest. Zowel geweld dat haar werd aangedaan binnen aversieve trainingstechnieken, als gewelddadig gedrag waartoe ze werd aangemoedigd. Hoewel ze liefhad met een opvallende intensiteit, greep ze in tijden van stress telkens terug naar datgene wat haar altijd was geleerd: geweld. Daar bovenop leefde ze zo lang in sociale isolatie dat het haar emotionele welzijn diep schaadde.

De weinige mensen die ze vertrouwde, waren niet in de mogelijkheid om haar zelf een thuis te bieden. En zo gaat het vaak.

We mogen wensen voor deze honden, hopen en dromen, maar de realiteit is dat ze uit veiligheidsoverwegingen vaak voorgoed hun oogjes sluiten, een leven lang in isolatie doorbrengen, of telkens weer opduiken in een circuit van geweld. Hun verantwoordde adoptiekansen zijn zeer gering.

Het vergde veel moeite voor me om dit kerstverhaal een mooi einde te gunnen. Het voelde alsof ik haar werkelijkheid daarmee verloochende.

Maar tijdens het hele schrijfproces werd ik vergezeld door een andere Nellie met gelijkaardige achtergrond. Hij werd op jonge leeftijd uit het circuit geplukt en toont, mits levenslange verhoogde voorzichtigheid, hoe het wel kan. En hij is niet alleen.

Door Nellie’s verhaal geen vriendschappelijk einde te gunnen, zou ik hem verloochenen en alle Nellies die ons tonen dat we eenvoudig veilig en vriendelijk kunnen samenleven, met oog voor elkaar.

En dus kies ik voor hoop. Ik veeg m’n tranen, keten mijn machteloosheid, en leg mijn focus daar waar verandering mogelijk is. Niet bij het veranderen van de Nellies zelf. Wel bij de manier waarop wij met hen omgaan.

De nood aan reflectie, is nu.

Dit verhaal is voor alle Nellies die op ons wachten.

Dit verhaal is voor jou.

Ineke Vander Aa,

2019

Voel je het opborrelen? Heb je er zin in om samen te reflecteren? Te luisteren naar elkaars ervaringen? Voel je de nood om te reageren? Je bent welkom om je in te schrijven op onze nabesprekingen, waar we elkaar kunnen ontmoeten en samen in dialoog kunnen gaan. Reflectie gaat hand in hand met connectie.

Genoot jij van Nellie’s verhaal?

Steun onze vzw Together Alive, zodat we dit soort unieke sensibilisatie-campagnes kunnen blijven aanbieden.

€1 per lezer maakt voor de spaarpot van de dieren een dankbaar verschil.

Bedankt alvast,

Together Alive Team

BE60 0689 1058 2170

30. Genoeg

Simon heeft nu een baardje. Naar trouwe gewoonte stapt hij met zijn kerstcadeau’s het terrein op.

Een rubberen Kong voor Staf. Een zakje kattenvoer voor Loeki. Een deken voor Fee die komt afgelopen om eraan te snuffelen. Een ding om een waterbak aan vast te hangen voor wildebras Benz. Een knaagbot voor Billie. Een mini slaapzak voor Mama om haar muisjes van kindjes in warm te houden.

Zoals altijd, neemt Simon zijn tijd.

Onderweg naar het huis blijft hij bij de treurwilg staan, waar hij Blackie saluteert in de aarde onder het gras.

Achter de voordeur hoort hij haar piepen nog voordat Simon aanklopt. Hij glimlacht erom.

Zodra de deur open gaat, klemt Nellie de smalle jongen tussen haar ellebogen. Lachend neemt Rudi de fles bubbels aan, zodat Simon zijn beide handen vrij heeft om Nellie vast te houden.

Nellie beeft al lang niet meer. Ook zij heeft nu een baardje. Een grijs, puntig sikje. Haar hart klopt dicht tegen dat van Simon, en dat is reden genoeg om elkaar wat langer vast te houden.

Dertig dagen lang volgde je de beleving van asielhond Nellie. Vandaag geniet onze Nellie van een warme kerstdag, waar ze thuis mag komen. Maar wat gebeurde er met de hond waarop Nellie’s personage is gebaseerd? Dat lees je in het nawoord.

29. Nellie is Nellie

Nellie is een meisje dat met haar snoet in de zon ligt. Het tipje van haar neus wiebelt van geur naar geur. Haar tanden gaan schuil onder gouden lippen. Het daglicht flikkert in het bruin van haar ogen. Ogen die, als je goed kijkt, dezelfde zijn als toen Nellie nog een verlegen pup was. Alleen weten ze nu meer, wat hen akelig menselijk maakt.

Haar satelieten van oren keren met het getsjilp van een merel en een woord van Fee die enkel blaft wanneer ze denkt dat er geen mensen zijn.

Wie Nellie’s glanzende vacht ziet, zou niet zeggen dat ze altijd in een kennel heeft geleefd. Als de zon het hoogste staat, ruikt ze haar vrienden voordat ze hen ziet. Nellie staat op, rekt zich uit en danst op haar tenen als ze allebei bij haar komen.

De kennel is plots veel kleiner, maar dat geeft niet. De mannen gaan op de grond zitten. Nellie proeft hun kin en zegt dat ze blij is hen te zien.

Uiteindelijk doet ze wat ze altijd doet als niemand de keuze voor haar maakt. Dicht tegen Simon gaat ze zitten. Daar voelt ze zijn hartslag. Dat herinnert Nellie aan iets, maar ze weet niet aan wat.

Nellie, Simon en Rudi turen naar het blauw tussen de tralies, tot Nellie zich half op Simons schoot nestelt.

Een teken van dominantie, komt uit gewoonte bij Rudi op. Maar in Nellie’s zacht knipperende ogen ziet hij rust, en hij glimlacht bij het stille vertrouwen dat Simon uitstraalt.

De tennisballen die Rudi hier achterliet, liggen nu verspreid. Aan het hertengewei is geknaagd.

‘Denkt ge dat we haar gaan kunnen veranderen?’ vraagt Simon. Zijn vingers spelen met de haren van Nellie’s hals.

Rudi fronst. ‘Hebt ge dat dan ooit geprobeerd?’

Simons vingers liggen nu stil op de warme vacht. Hij schudt zijn hoofd: ‘Nee. Ik niet. Voor mij is Nellie gewoon Nellie.’

‘Ik denk,’ zegt Rudi, ‘dat als een hond zo vaak blootgesteld is geweest aan geweld, en als ze zo lang alleen is geweest dat er iets in haar altijd een beetje alleen zal zijn, dat we dan altijd voorzichtig zullen moeten zijn. Maar ik denk ook dat Nellie ons met de tijd zelf wel zal tonen wat kan.’

Getroffen door zijn eigen woorden, wendt Rudi zijn gezicht af. Kwetsbaar is hij, de man met alle ervaring, die oog in oog staat met datgene dat hij altijd wel wist, maar wat te moeilijk was om in te zien. Dat alle honden die hier komen en gaan, eigenlijk kinderlijke wezens zijn. Ze zijn verward, bang, eenzaam, zoekend… Tegelijk zijn ze ook liefhebbend, dankbaar, een beetje gek soms.

Ze zijn allemaal uniek, met hun eigen cocktail van genen en ervaringen die in hun ogen weerspiegelt. En toch hebben ze iets fundamenteels gemeen.

De nood aan graag gezien te worden.

De nood aan thuis te komen.

De nood aan gehoord te worden.

Lees hier op kerstdag het laatste deel van Nellie, de hond die niet wist hoe hond te zijn.

28. Ik heb je nodig

Voor Rudi’s haard ligt Blackie, een oude Mechelse herder die twee jaren in een kennel van het asiel leefde, voordat Rudi concludeerde dat niemand de oude rakker nog zou adopteren. Toen Blackie in het asiel aankwam, zat er een wonde in zijn hals waar zijn halsband was ingegroeid. Blackie was verwaarloosd. Jaren. Maar niemand had hem ooit aangemoedigd om te bijten. Dat maakte hem anders dan Nellie. Gemoedelijker. Veiliger om mee uit wandelen te nemen. Makkelijker voor de vrijwilligers om lief te hebben.

Blackie is nu zo oud dat zijn oren als leder lijken. In een stoel naast Blackie, zit Rudi. Zijn ellebogen steunen op zijn knieën en hij laat zijn hoofd hangen.

De haard knettert.

In een sofa rechtover Rudi, zit Simon met de onwennigheid die typisch is aan jonge kerels.

Regendruppels drummen op het dak.

Als Rudi eindelijk opkijkt, ziet hij er versleten uit. Zijn wangen gloeien van de warmte, en zijn ogen zien eruit alsof Rudi ergens heel diep over heeft nagedacht. Zo lang, dat ze een vastberadenheid uitstralen, verzacht door opluchting. In Rudi’s ogen schuilt een hardheid waarvan bezoekers vaak terugdeinzen. Onvriendelijk, noemen ze hem. Maar ogen die teveel verlies hebben gezien, raken een lichtje kwijt. Dat heeft weinig met vriendelijkheid te maken en is eerder een soort pijn die alsmaar moeilijker te verstoppen valt.

Rudi is te oud geworden om rond de waarheid heen te dansen. Hij ademt diep in, en zegt: ‘Ik heb u nodig, Simon.’

Blackie laat een windje en ruikt aan zichzelf. Hij zucht en kijkt misnoegd.

‘Nellie heeft u nodig.’

Lees morgen hier deel 29 van Nellie, de hond die niet wist hoe hond te zijn. Krijg iedere dag een hoofdstukje van dit verhaal in je mailbox, door onderaan de home-pagina je email-adres in te vullen. Tot morgen.

27. Dapper

Rudi voelt zich dapper. Met een tas vol hondenspeelgoed stapt hij Nellie’s kennel binnen.

Een hond in een kennel spullen geven, is vragen om problemen. Dat had Rudi altijd gedacht. De hond kan dingen stukbijten, inslikken of erin stikken. Ze kan ze ook stevig gaan bewaken en bezitsagressie ontwikkelen. Daarom hadden de honden meestal niets anders in hun kennel staan dan manden, sommige met een deken erin.

Maar Rudi, die bijna dertig jaar in het asiel werkt, laat los. Hij laat alle advies los dat hij over de decennia heeft vergaard. Alle vragen die hij zich eerst over Nellie stelde, laat hij van zich afglijden. Alle trainingen die hij ooit heeft gevolgd, schieten tekort.

Rudi heeft genoeg dood gezien. Honden die alle trucjes kenden uit het Grote Trucjesboek. Honden van broodfokkers en kleinschalige kwekers. Dure rassen en buitenlandse straathonden. Bange honden, boze honden en honden die gewoon te lang een kennel in beslag namen.

Rudi heeft genoeg lichamen slap zien worden, en daarna stijf. De geur ervan zit voor altijd in zijn neus. Hij heeft genoeg advies gevolgd en genoeg vooroordelen van zich afgeketst.

Rudi laat zijn wat is, en toont Nellie welke spelletjes hij voor haar heeft gekozen.

Van degene die lawaai maken, loopt Nellie weg. Aan het trektouw snuffelt ze. Als Rudi het vastneemt, grijpt ze het grommend en rukt ze er zo hard aan dat het meteen uit Rudi’s hand glipt. De rubberen ballen blijven liggen. Een ervan rolt per ongeluk in haar richting, en Nellie heft een poot op.

Nellie kijkt naar de spullen en dan naar Rudi. Ze gaat zitten.

‘Speel maar’, zegt hij.

Nellie zit en kijkt. Ze begint te hijgen.

‘Speel maar, kijk’, Rudi buigt voorover en klapt met zijn vlakke hand op zijn dij.

Nellie rent op Rudi af, blaft en hapt naar zijn arm. Ze mist.

Rudi recht zijn schouders en zucht.

Nellie gaat zitten.

Lees morgen hier deel 28 van Nellie, de hond die niet wist hoe hond te zijn. Krijg iedere dag een hoofdstukje van dit verhaal in je mailbox, door onderaan de home-pagina je email-adres in te vullen. Tot morgen.

26. Alleen Rudi

Niemand op het asiel koestert nog verwachtingen tegenover Nellie. Ze kan niet worden geplaatst met kinderen, andere dieren of onervaren mensen. Eigenlijk ook niet met ervaren mensen, zo blijkt.

Nellie had enkele weken geleden dood kunnen zijn, dus elke dag is voor haar gewonnen. Er is niemand die Nellie netjes tracht te leren wandelen aan de lijn, op het voetpad, voorbij fietsers en andere honden. Er is niemand die Nellie manieren leert. Er is niemand die haar laat zitten voordat ze eet. Niemand die haar toont wie de baas is.

Er is alleen Rudi. En daarmee is alles gezegd. Rudi is gewoon. Elke dag. Bij Nellie. Hij zit bij haar, houdt haar vast als ze erom vraagt en lijnt haar aan om te gaan snuffelen.

Sommige bezoekers die voorbij de rijen blaffende honden kuieren, vinden het zielig dat die Mechelaar daar zo ver alleen zit. Ze vinden het jammer dat ze niet bij haar kunnen.

Wat ze niet weten, is dat Nellie nu minder blaft. Cirkels loopt ze nog amper. Vaak ligt ze uitgestrekt in het zonlicht. Ze knijpt haar ogen zachtjes toe, en met haar neus volgt ze Rudi.

Zoveel schrijft de wind, dat Nellie hem de hele dag leest. Bij iedere bezoeker hoort een geurtje. Bij ieder geurtje hoort een verhaal.

Als Rudi haar kant op wandelt, staat Nellie op en trippelt ze naar de deur waar ze hem begroet met een welgemeende ellebooggreep en vriendelijke ogen. Ze zien kastanjebruin, en lang niet meer zo zwart als vroeger.

Op een dag laat Rudi Nellie los op de lege loopweide. Nellie snuffelt, spitst haar oren naar geblaf en snuffelt verder. Ze stapt, draaft een beetje, blijft staan en wrijft haar wang over een Shih-Tzu drol.

Die avond geeft Rudi Nellie’s laatste bruine pil. Als hij voor het slapengaan nog even bij haar komt, staat ze op uit de mand met dekens. Ze zijn nog warm waar Nellie heeft gelegen.

Lees morgen hier deel 27 van Nellie, de hond die niet wist hoe hond te zijn. Krijg iedere dag een hoofdstukje van dit verhaal in je mailbox, door onderaan de home-pagina je email-adres in te vullen. Tot morgen.

25. Iedere hond heeft een geurtje

Nellie staat buiten haar kennel. Rond haar torso zit een tuigje dat ze cadeau kreeg van een vrijwilligster op het asiel. Aan het tuigje hangt een leiband, met Rudi aan het uiteinde ervan.

Op diverse plaatsen van de loopweide plaatste Rudi een stoel. Als alle honden binnen zijn, gaat hij met Nellie naar één van deze stoelen. Daar gaat hij zitten en rookt hij een sigaret. Zij staat wat verdwaasd naast hem en weet niet waar eerst te kijken.

Nellie’s hals is vrij. Zo vrij dat ze met haar neus naar de grond kan zonder dat het knelt. De huid onder haar vacht herstelt, zonder dat iemand het ziet.

Meestal gaat Nellie eerst bij Rudi zitten zoals ze lang geleden heeft geleerd. Rudi legt zijn hand over haar schouders, terwijl Nellie met haar neus de verhalen van de wind leest. De verhalen zijn altijd anders. Zelfs terwijl Nellie ze leest, veranderen ze. Zo blijft elke stoel op hetzelfde grasveld altijd anders en een beetje spannend.

Als de verhalen van de wind geruststellend zijn, begint Nellie te snuffelen. De eerste keer dat haar neus het gras raakt, verzet Rudi zich in zijn stoel. Nellie legt haar oren plat, duikt met haar borst tot laag tegen de grond en trekt haar staart tussen haar poten. Ze kruipt naar Rudi en gaat daar naast hem zitten.

Rudi kijkt naar Nellie’s hijgende grimas, dat zojuist eindelijk ontspannen had geleken. Hij heeft dit soort grimas zo vaak bij Mechelse herders gezien, dat hij het normaal was beginnen vinden. Hij legt een hand op Nellie’s schouder en laat haar leunen tegen zijn been.

Als Nellie stopt met rillen, staat Rudi op. Hij wandelt naar het plekje waar Nellie graag had gesnuffeld. Nellie volgt en gaat naast Rudi zitten. Hier tuurt Rudi naar de wolken totdat Nellie begint te snuffelen.

Soms blijft Nellie staan en spitst ze haar oren in de richting van geblaf. Het puntje van haar neus wiebelt dan. Iedere hond heeft een eigen geurtje. En bij ieder geurtje, schrijft de wind een verhaal.

Lees morgen hier deel 26 van Nellie, de hond die niet wist hoe hond te zijn. Krijg iedere dag een hoofdstukje van dit verhaal in je mailbox, door onderaan de home-pagina je email-adres in te vullen. Tot morgen.

24. Rustig

Rudi gaat zitten terwijl Nellie haar nieuwe kennel verkent. Ze lijkt niet te weten waar eerst te snuffelen. Binnen, aan de nieuwe muren die naar geen andere hond ruiken, of buiten in haar eigen tuintje, waar ze zo vrij kan bewegen dat ze zelfs een eindje kan draven.

Als ze rechtdoor loopt, ziet Rudi dat Nellie een beetje mankt. Overbelast, had de dierenarts gezegd, van altijd dezelfde cirkels te draaien. Met een inzamelactie had Rudi dikke bruine pillen gekocht. Ontstekingsremmers. Pijnstillers. Nellie vindt ze lekker.

De vrijwilligers vertrokken vanavond na hun verdiende pint.

‘Moeten we wachten tot je eruit bent?’ vroeg één van hen.

‘Ga maar,’ antwoordde Rudi.

Nellie keek de mannen na die voldaan van het veld wandelden. Als ze de andere honden eten hadden gegeven, stapten ze in hun wagens en reden ze weg.

Nu gaat Nellie zitten met haar neus in de lucht. Af en toe werpt ze een blik op Rudi die met kruiswoordraadsels in haar kennel zit.

De donkerte bekruipt hen. De letters worden onleesbaar.

‘Nellie, kom’, zegt Rudi. Niet gebiedend. Eenvoudig, rustig. Uitnodigend.

Nellie staat op en komt. In een mand naast Rudi nestelt ze zich op een hoopje dekens, maar ze blijft woelen. Ze is de zachtheid niet gewend. Zuchtend legt ze zich op de harde grond. Haar ogen twinkelen in het vale maanlicht.

Lees morgen hier deel 25 van Nellie, de hond die niet wist hoe hond te zijn. Krijg iedere dag een hoofdstukje van dit verhaal in je mailbox, door onderaan de home-pagina je email-adres in te vullen. Tot morgen.