28. Ik heb je nodig

Voor Rudi’s haard ligt Blackie, een oude Mechelse herder die twee jaren in een kennel van het asiel leefde, voordat Rudi concludeerde dat niemand de oude rakker nog zou adopteren. Toen Blackie in het asiel aankwam, zat er een wonde in zijn hals waar zijn halsband was ingegroeid. Blackie was verwaarloosd. Jaren. Maar niemand had hem ooit aangemoedigd om te bijten. Dat maakte hem anders dan Nellie. Gemoedelijker. Veiliger om mee uit wandelen te nemen. Makkelijker voor de vrijwilligers om lief te hebben.

Blackie is nu zo oud dat zijn oren als leder lijken. In een stoel naast Blackie, zit Rudi. Zijn ellebogen steunen op zijn knieën en hij laat zijn hoofd hangen.

De haard knettert.

In een sofa rechtover Rudi, zit Simon met de onwennigheid die typisch is aan jonge kerels.

Regendruppels drummen op het dak.

Als Rudi eindelijk opkijkt, ziet hij er versleten uit. Zijn wangen gloeien van de warmte, en zijn ogen zien eruit alsof Rudi ergens heel diep over heeft nagedacht. Zo lang, dat ze een vastberadenheid uitstralen, verzacht door opluchting. In Rudi’s ogen schuilt een hardheid waarvan bezoekers vaak terugdeinzen. Onvriendelijk, noemen ze hem. Maar ogen die teveel verlies hebben gezien, raken een lichtje kwijt. Dat heeft weinig met vriendelijkheid te maken en is eerder een soort pijn die alsmaar moeilijker te verstoppen valt.

Rudi is te oud geworden om rond de waarheid heen te dansen. Hij ademt diep in, en zegt: ‘Ik heb u nodig, Simon.’

Blackie laat een windje en ruikt aan zichzelf. Hij zucht en kijkt misnoegd.

‘Nellie heeft u nodig.’

Lees morgen hier deel 29 van Nellie, de hond die niet wist hoe hond te zijn. Krijg iedere dag een hoofdstukje van dit verhaal in je mailbox, door onderaan de home-pagina je email-adres in te vullen. Tot morgen.

%d bloggers like this: