12. Vrieskou wordt sneeuw

‘Alsjeblieft’, zegt Simon aan het einde van de zomer.

‘Niks van’, zegt zijn vader.

‘We kunnen toch een kennel bouwen aan de schuur,’ oppert Simon, ‘ze hoeft niet meteen naar binnen, ze moet daar gewoon weg.’

‘En de poezen dan? Als die bij haar geraken, bijt ze ze dood. Dat gaat niet, Simon, zet het uit je hoofd.’

‘Ik zal er draad rond spannen, dan kunnen ze er niet bij.’

‘En de kleine van je zus dan? Als die op bezoek komt? Ik mag er niet aan denken wat er zou kunnen gebeuren…’

‘Maar Nellie kan toch…’

‘Luister, jongen. Het is nobel wat je doet, maar soms zijn er honden die je niet kan helpen. Ze zijn gewoon te gevaarlijk. Je zegt zelf dat ze al iedereen heeft gebeten.’

‘Mij niet.’

‘Kwestie van tijd.’

‘Maar papa, ze hebben haar geleerd om te bijten. Het is alles wat ze kent. Misschien kan ik haar leren…’

‘Zet het uit je hoofd!’

De dag erna haalt Simon de bus. ‘s Avonds is hij moe, en in het weekend neemt hij Nellie mee naar het veld. Daar luisteren ze naar krekels en bonkt haar hart dicht tegen het zijne.

Haar blik is triest, maar haar ogen zien hem.

Met het kleuren van de bladeren wordt Simon verliefd. Niet op Nellie.

Om het weekend wordt om de maand. Vrieskou wordt sneeuw.

‘s Nachts, als Simon in de verte een hond hoort huilen, knijpt hij zijn ogen dicht.

Lees morgen hier deel 13 van Nellie, de hond die niet wist hoe hond te zijn. Krijg iedere dag een hoofdstukje van dit verhaal in je mailbox, door onderaan de home-pagina je email-adres in te vullen. Tot morgen.

%d bloggers like this: