9. Bij mij is alles goed

Ergens heeft Simon gehoord dat het goed is om een hond te leren zitten terwijl er een fietser of andere hond voorbij komt. Maar als hij dat van Nellie vraagt, vindt Simon haar vervelend.

Ze drukt haar springbillen dan zo hard tegen de grond dat ze beven. Nellie hijgt dan snel en luid, met die bessenrode tong van haar. Haar glimlach wordt een griezelig masker. Haar blik wordt glazig, en ze lijkt zich ergens voor in te houden. Haar springbillen trillend, haar nek ingetrokken. Als er dan iemand voorbij komt, moet Simon het touw heel sterk vasthouden.

Als Simon Nellie vraagt om te gaan zitten, lijkt ze zich klaar te houden om te sprinten en te pakken. Als de verzorgers Nellie dan corrigeren met een ruk aan de lijn, keert ze zich om en grijpt ze hun hand of arm.

Daar heeft Simon weinig zin in, dus besluit hij Nellie te leren niksen. Door het te doen. Meestal zitten ze samen onder het ruisen van de bomen. Ze kijken naar hun verschillende kleurenwerelden en ruiken een ander veld. Soms vraagt Simon Nellie om te gaan zitten, waarna hij het zelf doet.

Kijk, zegt hij, zitten betekent gewoon zitten. Blijven betekent gewoon blijven. De fietser fietst weg, ook als we daar niets mee doen.

Omdat Nellie alsmaar zo hevig reageert als hij haar iets vraagt, besluit hij haar alles te tonen.

Kijk, zegt hij, stappen kan ook rustig.

Stop, zegt hij, neem de tijd om te ruiken.

Bij mij, zegt hij, is alles goed.

Lees morgen hier deel 10 van Nellie, de hond die niet wist hoe hond te zijn. Krijg iedere dag een hoofdstukje van dit verhaal in je mailbox, door onderaan de home-pagina je email-adres in te vullen. Tot morgen.

%d bloggers like this: